HOMOACTIVIST BLIES RUZIE ZONDAG OP

FRANS BOSMAN

AMSTERDAM – Twee homo’s liepen zondag na de homodemonstratie in de binnenstad klappen op. Het werd direct geïnterpreteerd als nieuw geweld door Marokkanen. Agressie was er zeker, maar van een geheel ander eaard.

Het begon met homoactivist Mikel Haman. Hij zette de foto van de jongen die een zakdoek tegen zijn bebloede hoofd hield, op Facebook. ‘Op een dag als deze waarbij we protesteren tegen homogeweld wordt een homo op het monument door twee Marokkaanse meisjes in elkaar gemept,’ schreef hij. GeenStijl nam het over en al gauw stroomden verontwaardigde reacties binnen.

De meisjes in kwestie reageerden met een mail aan gay.nl. Wij zijn niet van Marokkaanse afkomst, noch homohaters; wij hebben homo’s in onze vriendenkring, lieten ze weten. Over de oorzaak van de ruzie schreef één van hen. ‘Er wordt gedaan of we met z’n tweeën op hem zijn gesprongen, terwijl ik de man een klap heb gegeven nadat hij mij had geduwd.’

Haman weigert in te gaan op de vraag waarom hij het over Marokkaanse meisjes heeft gehad en daarmee de zaken op scherp heeft gesteld. “Schrijf jij maar wat je wilt, maar val mij er niet mee lastig,” is zijn commentaar.

Dennis Boutkan van COC Amsterdam is geschrokken van ‘alle onzin’ die na het incident in omloop is gebracht. Een incident dat overigens wel als tegen homo’s gericht geweld door de politie is opgenomen.

Boutkan was net als Haman getuige van het incident, na de demonstratie, waar zeker zo’n vijftienhonderd mensen aan hadden meegedaan. Hij hielp het slachtoffer en gaf hem een papieren zakdoekje.

Dat het bij het homomonument gebeurde, lijkt puur toeval te zijn. Volgens Boutkan fietsten de meisjes van de Dam richting homomonument op de Westermarkt. Daarbij scholden ze een jongen, die voor hen fietste, uit voor homo. Een andere fietser bemoeide zich ermee en riep: “Als je een homo wilt uitschelden, moet je dat bij mij doen.” Dat escaleerde, waarna het groepje volgens Boutkan ter hoogte van het homomonument tot stilstand kwam, toen de jongen met zijn fiets de weg blokkeerde. Daarop sloeg één van de meiden de jongen met haar tas of walkman tegen diens hoofd.

Boutkan: “Het is goed dat die jongen het opnam voor een ander. Dat houdt burgemeester Eberhard van der Laan ons immers voor. Als je een misstand ziet, doe er dan wat aan.” Boutkan vindt het daarom onbegrijpelijk dat de jongen die voor homo werd uitgescholden, heeft geweigerd aangifte tedoen.

Maar daarmee was het incident nog niet ten einde. In de buurt verbleven nog enkele deelnemers aan de demonstratie, die zich ermee bemoeiden. Zoals Marcel Heyman, het tweede slachtoffer in deze zaak. Hij hield in afwachting van de politie één van de meiden bij haar arm vast toen ze er na de klap vandoor wilde gaan. Een dakloze, die vaak bij het homomonument rondhangt, sommeerde hem de meisjes met rust te laten. Heyman: “Ik zei dat hij zicher niet mee moest bemoeien en schold hem waarschijnlijk uit, want ik was heel boos dat dit kon gebeuren na onze demonstratie.” De man gaf hem een kopstoot, met een blauw oog als gevolg.

Aanvankelijk ging hij verdrietig en boos naar huis. Later, toen de zaak in de publiciteit kwam, werd de toedracht hem steeds onduidelijker en nu beschouwt hij de aanval op hem niet meer als homogerelateerd geweld. “Toen ik hoorde dat het andere slachtoffer de meisjes zelf had uitgedaagd, vreesde ik dat velen met mij te snel met onze conclusies hadden klaargestaan.” Uit filmpjes van het incident was hem ook opgevallen dat de meisjes ondanks hun geschreeuw beleefd waren gebleven. “Ik weet dat ik dat niet was.”

Volgens Heyman was de hele demonstratie al in een gespannen sfeer verlopen. “Wat mij het meest trof die dag, was de confrontatie met mensen die ons met walging, afschuw en soms haat bekeken: Marokkaanse jongetjes die met hun handen beschermend voor hun kont door de mars liepen of ons agressief aanstaarden.”

Heyman woont in West en weet wat het is uitgescholden en bespuugd te worden. Dat heeft, beseft hij, zijn blik op de wereld gekleurd. Natuurlijk hadden die meiden niet moeten schelden, zegt hij. “Ik realiseer mij dat hier veel mensen bij betrokken waren die belang hadden bij een bepaalde uitleg van de situatie. Laat dit niet ons aller valkuil zijn.”

Volgens Boutkan is het incident niet gekaapt door activisten. Dat zou het gevaar opleveren dat iedereen bij een volgend incident denkt: het zal wel. Boutkan: “Ik zie het eerder als een signaal hoe dicht de woede bij de roze gemeenschap aan de oppervlakte ligt.”


(uit: Het Parool (papieren editie), 11 september 2010)